Beleid
Pedagogisch beleid
In het pedagogisch beleidsplan staat omschreven hoe wij met de kinderen omgaan. In elke fase van zijn ontwikkeling heeft uw kind andere behoeften en interesses en leert uw kind nieuwe dingen. Wij stimuleren kinderen in hun ontwikkeling door uit te gaan van het principe van Ontwikkelingsgericht Werken®.
Ontwikkelingsgericht Werken kent 2 pijlers
- Welbevinden. Uw kind kan zich optimaal ontwikkelen: het groeit en bloeit. Het zit lekker in zijn vel en voelt zich prettig.
- Betrokkenheid. Uw kind begint aan een activiteit, raakt erdoor geboeid en gaat er helemaal in op. De activiteit is betekenisvol voor uw kind. De activiteit moet boeiend en uitdagend zijn, maar ook veilig en aansluiten bij zijn behoeften.
Ontwikkelingsgericht Werken richt zich op 6 ontwikkelingsgebieden
- De ontwikkeling van zelfstandigheid en het omgevingsbewustzijn. Uw kind verkent de omgeving en ontdekt nieuwe mogelijkheden. Al doende leert uw kind zelf problemen oplossen. Als uw kind een tekening maakt, is dat iets van hemzelf. Iets om trots op te zijn. Zo groeit niet alleen zijn zelfstandigheid, maar ook zijn zelfwaardegevoel.
- De sociaal-emotionele ontwikkeling. Uw kind leert omgaan met anderen en met zijn eigen emoties. Hij leert dingen delen, conflicten oplossen en voor zichzelf opkomen. Ook leert hij zichzelf beter te beheersen, bv. als hij tijdens een spelletje moet wachten tot hij aan de beurt is. Dit vormt de basis voor het ontwikkelen van normen en waarden.
- De spelontwikkeling. Spel is erg belangrijk voor de ontwikkeling van een kind. Al spelend verwerft uw kind essentiële vaardigheden, bv. ruimtelijk inzicht, samenwerken en niet vals spelen, … Tijdens een rollenspel, bv. vadertje en moedertje, oefent uw kind met gedrag en rollen die hij later gaat vervullen, zoals zorgzaam zijn voor anderen.
- De taalontwikkeling. Taal speelt een grote rol in ons leven. Daarom is het belangrijk dat wij van kleins af aan tegen een kind praten, liedjes zingen, woordjes leren en verhaaltjes voorlezen. Door middel van de taal kan uw kind ook zijn gedachten en gevoelens beter onder woorden brengen.
- De motorische ontwikkeling. Dit betreft de manier van bewegen. Een baby leert bv. zitten, kruipen of tijgeren, staan en lopen. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de grove en de fijne motoriek. Onder de grove motoriek vallen vaardigheden als rennen, springen, fietsen en skaten. Onder de fijne motoriek vallen de fijnere handelingen die uw kind met zijn handen uitvoert: schrijven, tekenen, prikken,…
- De cognitieve ontwikkeling. Dit is de ontwikkeling van het denken en het opdoen van kennis. Kinderen leren constant nieuwe dingen. Ze zijn doorgaans heel leergierig. Als kinderen een puzzel oplossen, kun je ook zien hoe ze denken. Een jong kind puzzelt nog niet gericht, een ouder kind kijkt wel naar de vorm en de kleur die nodig is en gaat dan gericht zoeken.
Ontwikkelingsvolgsysteem
Om deze 6 ontwikkelingsgebieden te stimuleren, werken wij met een activiteitenplanning. En om te kijken hoe uw kind zich ontwikkelt gebruiken we een Ontwikkelingsvolgsysteem.
Met het volgsysteem houden wij bij wat uw kind doet hoe het zich gedraagt. Zo kunnen wij adequaat inspelen op zijn mogelijkheden en activiteiten kiezen die hierbij aansluiten. Aan de hand van het volgsysteem kunnen wij u ook laten zien welke vorderingen uw kind maakt.
Pedagogisch werkplan
Elke locatie heeft op basis van het pedagogisch beleidsplan een pedagogisch werkplan geschreven. Dit is in te zien bij de locatiemanager. Ook kunt u daar meer informatie krijgen over het Ontwikkelingsvolgsysteem. U kunt contact opnemen met de locatiemanager via het contactformulier op deze site. Of kijkt u bij ‘contact’ voor de overige contactgegevens.


